Gedragscode Openheid medische incidenten (GOMA)

Aanleiding voor de opstelling van de GOMA waren de problemen bij het vaststellen van de aansprakelijkheid na een medisch incident. Onder coördinatie van De Letselschade Raad zijn deze signalen opgepakt en hebben betrokken partijen gewerkt aan verbetering van de positie van patiënten. De in 2010 verschenen GOMA was daarvan het resultaat.

Zorgvuldig en open

De GOMA bestaat uit twee delen. In deel A van de GOMA vinden zorgaanbieders aanbevelingen voor een zorgvuldige reactie direct na een medisch incident.

Respect, empathie en openheid zijn daarbij kernbegrippen. Een goede communicatie voorkomt misverstanden en kan daardoor (onnodige) klachten en claims voorkomen. De kans stijgt dat de zorgaanbieder het vertrouwen van de patiënt behoudt of herstelt. Komt het wel tot een klacht of claim, dan kan een adequate reactie van de zorgaanbieder bijdragen aan een vlotte en voor de patiënt bevredigende behandeling daarvan.

Deel B van de GOMA bevat aanbevelingen voor de behandeling van verzoeken om schadevergoeding na medische incidenten.

Hoofdlijnen in de GOMA

  • het informeren van de patiënt over de behandeling en over een incident
  • het verzamelen en uitwisselen van de benodigde, medische informatie
  • het beperken van schade
  • het in voorkomende gevallen erkennen van fouten
  • het informeren van de patiënt over (mogelijke) procedures
  • het opstellen van de aansprakelijkstelling
  • de standpuntbepaling door de aansprakelijkheidsverzekeraar
  • de gang van zaken bij het inschakelen van een medisch deskundige

Evaluatie GOMA 2013

De Letselschade Raad liet in 2013 onderzoeken in hoeverre het handelen van zorgverleners en professionals uit de letselschadebranche overeenkomt met de aanbevelingen uit de GOMA. De uitkomsten van dit onderzoek komen overeen met van die van andere nationale en internationale onderzoeken. Een bemoedigende uitkomst is dat patiënten en professionals grotendeels dezelfde aanbevelingen uit de GOMA belangrijk vinden.

Vooral ten aanzien van de communicatie zijn er veel mogelijkheden voor verbetering. Professionals menen dat zij goed met gedupeerde patiënten communiceren, terwijl die dat op hun beurt niet zo ervaren. Professionals menen ook dat zij zelf goed met andere professionals communiceren, terwijl de communicatie vanuit andere professionals naar hun mening te kort schiet.

In 2014 verscheen een wetenschappelijke en verdiepende analyse bij de 0-meting, verricht door mr. dr. Rolinka Wijne. Deze analyse kunt u downloaden onder Links en Downloads.

Evaluatie GOMA 2018

Ziekenhuizen verschillen in de manier waarop zij reageren als er ‘iets is misgegaan’. De Gedragscode Openheid na medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA) beoogt een open reactie te bevorderen bij bijvoorbeeld een calamiteit, klacht of incident. Op verzoek van De Letselschade Raad (DLR) heeft het Nivel onderzoek gedaan naar de manier waarop ziekenhuizen de GOMA en het achterliggende gedachtengoed borgen.

Alle benaderde ziekenhuizen hebben een beleid voor het borgen van de GOMA of het achterliggende gedachtengoed. Opvallend is dat de wijze waarop ziekenhuizen omgaan met een gebeurtenis waarbij er ‘iets is misgegaan´, sterk wordt bepaald door het ‘koker’ waarin zo’n gebeurtenis terechtkomt. Voorbeelden van zulke kokers zijn ‘de klachtenprocedure’, ‘de incidentmelding’, ‘de calamiteit’ of ‘het claimproces’.

Verkokering leidt tot verschillen in het omgaan met ongewenste gebeurtenissen
Verkokering van procedures heeft verschillende ongewenste gevolgen. Ten eerste kan het ertoe leiden dat zorgverleners er binnen één ziekenhuis verschillend reageren op vergelijkbare gebeurtenissen. Daarnaast lijken er ‘kokers’ te zijn waarbij aandacht voor het perspectief van de patiënt volledig ontbreekt. Een incident wordt dan weliswaar gesignaleerd, maar niet opgepakt als calamiteit, noch als klacht. Patiënten kunnen hierdoor onbedoeld en ongewenst uit beeld raken, terwijl zij juist behoefte hebben aan begeleiding. Ten derde zijn er tussen ziekenhuizen onderling ongewenste, grote verschillen in de mate én de manier van begeleiden van patiënten.

Alleen peer support voor zorgverleners is ontoereikend
Een open cultuur ontstaat niet vanzelf. En, eenmaal tot stand gekomen, vraagt ze veel onderhoud. De meeste ziekenhuizen hebben een beleid voor de opvang van zorgverleners bij een calamiteit. Ze helpen de zorgverlener om open en eerlijk te zijn. Het is van belang dat de zorgverlener deze open houding ook aanneemt. Hier zouden de ziekenhuizen beter op kunnen toezien.

De vorm waarin de hulp aan de zorgverleners wordt aangeboden is meestal die van de peer support. Dit blijkt ontoereikend. Veel zorgverlener zouden bijvoorbeeld ook baat hebben bij begeleiding in het voeren van gesprekken met patiënten. Zo blijft het aanbieden van excuses aan de patiënt voor velen een heikel punt. Toch bieden ziekenhuizen deze vorm van hulp aan hun zorgverleners maar mondjesmaat aan.

Open beleid ook van belang bij gebeurtenissen die géén calamiteit zijn
Voor gebeurtenissen die géén calamiteit zijn, blijkt minder aandacht te zijn bij ziekenhuizen. Juist in deze gevallen is er vaak sprake van verkokering van procedures. Deze verkokering is zeer onwenselijk. Ten eerste omdat bijvoorbeeld klachten en ernstige complicaties ingrijpende gebeurtenissen kunnen zijn voor zowel patiënt als zorgverlener. Ten tweede vergroot de verkokering van procedures het risico dat een patiënt tussen de wal en het schip valt.

Samenwerkingsafspraken om verkokering tegen te gaan
Een manier om verkokering tegen te gaan is het maken van samenwerkingsafspraken. Dit zijn afspraken tussen de verschillende medewerkers in het ziekenhuis die bij ‘ongewenste gebeurtenissen’ betrokken zijn. In de praktijk lijkt het goed te werken als de verschillende functionarissen regelmatig overleg hebben met elkaar.

De GOMA-evaluatie
De Nivel-evaluatie geeft een beeld van de vragen en problemen die ziekenhuizen kunnen hebben bij het implementeren van de GOMA. Ook wordt het achterliggende gedachtegoed gepresenteerd, evenals de bedachte oplossingen. Voor het onderzoek heeft het Nivel gesproken met twaalf ziekenhuizen, waarvan drie kleine, twee middelgrote, vier grote en drie UMC’s in uiteenlopende regio’s. Ook zijn de websites van de deelnemende ziekenhuizen kritisch bekeken op de mate waarin de informatie over klacht-, claim- en calamiteitenprocedures vindbaar was.

Laarman Coppenhagen Bouwman Friele (2018) Ervaringen met de GOMA Nivel Utrecht