Uitgebreid verslag Raadsdag 2017

Hieronder vindt u een uitgebreid verslag van alle lezingen en parallelsessies op de Raadsdag 2017 in Theater Figi te Zeist.

‘Totstandkoming Handreiking Zorgschade: mooi en enerverend proces’

Erwin Audenaerde is gecertificeerd registerarbeidsdeskundige en gecertificeerd gerechtelijk deskundige, sinds 2001 werkzaam bij Heling & Partners. Hij vertegenwoordigt de beroepsgroep arbeidsdeskundigen in het platform van De Letselschade Raad en was intensief betrokken bij de totstandkoming van de Handreiking Zorgschade.

‘Het is een mooi en enerverend proces geweest’, zei Erwin Audenaerde over de totstandkoming van de Handreiking Zorgschade, die even later aan de plaatsvervangend directeur Wetgeving en Juridische Zaken werd overhandigd.

Audenaerde waarschuwde zijn gehoor dat de financiële paragraaf nog niet klaar is. ‘Het antwoord op de vraag welke tarieven we gaan hanteren, denken we binnen een paar maanden te kunnen presenteren.’

Het ontbreken van afspraken hierover is slechts een van de knelpunten in de huidige letselschadepraktijk. De knelpunten leiden tot veel discussies omdat een definitiekader ontbreekt, omdat er onduidelijkheid is over het vaststellen van het aantal benodigde zorguren en omdat er geen uniformiteit is.

De Handreiking Zorgschade voorziet in die leemte. Er staat in beschreven welke definities worden gehanteerd, wat de toegangscriteria zijn voor bovennormale zorgsituaties en uit welke stappen het schaderegelingsproces bestaat. Ook wordt benoemd welke deskundigen het best zijn toegerust voor het onderzoek in het kader van de Handreiking Zorgschade: ergotherapeuten en arbeidsdeskundigen die aantoonbare ervaring hebben met het werken in de letselschadepraktijk.

Aan de hand van een praktijkvoorbeeld nam Audenaerde zijn gehoor mee door de inhoud van de handreiking en het proces van de totstandkoming. Naast een positief antwoord op de vraag of er überhaupt een handreiking moest komen, leidde het vooronderzoek ook tot de conclusie dat de handreiking niet alleen voor ‘complexe zorgschadezaken met een voortdurende en permanente zorgbehoefte’, maar ook voor de eenvoudige zaken toepasbaar is. Juist daar doen zich de meeste knelpunten voor.

“We moeten de handreiking omarmen, ermee gaan werken en haar verder ontwikkelen”

Audenaerde besloot zijn voordracht met een blik op de toekomst: ‘We moeten de handreiking omarmen, ermee gaan werken en haar verder ontwikkelen.’ Na een jaar zullen de ervaringen worden geëvalueerd. ‘En misschien moet het dan een richtlijn worden’, speculeerde Audenaerde alvast. Hij pleitte tevens voor professionalisering en voor het in het leven roepen van een beschermde titel: zorgdeskundige letselschade.

‘Een mooi staaltje zelfregulering’

‘Moedig’ en ‘een mooi staaltje zelfregulering’. Voor het opstellen van de Handreiking Zorgschade kregen de branche en De Letselschade Raad complimenten van zowel voorzitter Tjibbe Joustra als van mr.dr. Gerry ter Huurne, directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zij verving minister Sander Dekker die voor een overleg in de Tweede Kamer moest zijn.

Alvorens een feestelijk gestrikt exemplaar aan Ter Huurne te overhandigen, onderstreepte Joustra dat de handreiking een gezamenlijke inspanning is geweest van veel verschillende professionals. ‘Deze branche heeft initiatief en daadkracht getoond’, zei hij.

Joustra noemde het ‘moedig’ dat de branche destijds zelf aan de minister had voorgesteld met een oplossing te komen voor een optimale afwikkeling van letselschadezaken waarbij zorgschade een belangrijke rol speelt. Hij vond dat ook het ministerie moed had getoond door de markt een kans te bieden met een alternatief voor een wet te komen. Een voorstel voor een wet Vergoeding Zorgschade strandde in 2010.

De voorzitter roemde ook de korte doorlooptijd van de handreiking: anderhalf jaar vanaf de eerste expertmeeting. En dat ondanks het feit dat een breed samengestelde groep aan de beraadslagingen deelnam. ‘Maar misschien moet ik juist zeggen: dankzij het feit dat veel mensen vanaf het begin direct betrokken zijn geweest, heeft zoiets moois snel kunnen ontstaan.’

Deze branche heeft initiatief en daadkracht getoond

In alle besprekingen waren twee kwesties cruciaal: het identificeren van de meest aangewezen persoon om de zorgbehoefte vast te stellen en van de aangewezen personen die de taak van informele zorgverlener op zich kunnen nemen. Logisch dat het juist daarover ging, legde Joustra uit. De grootste knelpunten en de meeste onduidelijkheden bleken zich namelijk voor te doen bij de minder extreme letsels. Daar waren de gegeven indicaties in de praktijk niet altijd de juiste en was men ook vaak onvoldoende op de hoogte van alle mogelijke regelingen in het sociale stelsel.

In haar reactie namens de minister noemde Gerry ter Huurne de handreiking ‘een mooi staaltje zelfregulering’. ‘Wetgeving is prachtig, maar heeft ook haar beperkingen’, zei ze. ‘Er was veel weerstand tegen het eerdere wetsvoorstel en het was moeilijk om de casuïstiek in een wet te vatten. De uitvoering riep meer vragen op dan we konden beantwoorden. Daarom was het beter dat de branche het zelf deed. De minister is De Letselschade Raad erkentelijk dat hij die handschoen heeft opgepakt.’

Ter Huurne noemde de handreiking belangrijk omdat zij slachtoffers van letselschade helpt de juiste ondersteuning te realiseren bij het opnieuw vormgeven van hun leven. ‘En precies dat was de bedoeling van ons toenmalige wetsvoorstel: meer autonomie voor slachtoffers.’

Daarnaast maakt de handreiking het werk voor betrokken professionals gemakkelijker en zorgt zij voor een uniform begrippenkader, aldus Ter Huurne. ‘Het belang van de slachtoffers is er zeer mee gediend’, zo sloot ze af.

‘Of course: vanzelfsprekende oplossingen’

Deborah Lauria, voormalig directeur van De Letselschaderaad, sinds 1 november directeur bij Cliëntenbelang Amsterdam.

Niet meer met elkaar vechten, maar met rust en wijsheid een letselschadezaak afwikkelen. Met dat doel voor ogen heeft De Letselschade Raad zich de afgelopen jaren ingezet, stelde Deborah Lauria.

In haar laatste optreden liet zij de ontwikkelingen van de afgelopen zes jaar de revue passeren en legde zij de titel van de raadsdag uit: Of(f) Course. ‘Of course’ omdat ‘we willen komen tot vanzelfsprekende oplossingen’ en ‘off course’ omdat de weerbarstige letselschadepraktijk soms om het lef vraagt buiten de gebaande paden te treden.

3 pijlers

Onder alle activiteiten liggen drie pijlers, legde ze uit: het belang van toetsbaarheid van alle betrokken professionele partijen, het belang van kwaliteit en het belang van transparantie.

Toetsbaarheid is van belang om te kunnen beoordelen of afspraken werken of aanpassing behoeven. Daarom werd in 2012 begonnen met de toetsing van ingeschrevenen in het Register Letselschade, begin 2017 ontstaan uit een fusie van de registers GBL en GOMA met het keurmerk van de Stichting Keurmerk Letselschade.

Belangrijk dus om niet paternalistisch te zijn, maar goed te luisteren naar wat mensen nodig hebben

Over de pijler ‘kwaliteit’ merkte de voormalig directeur op dat opleidingen nu versnipperd worden aangeboden door diverse organisaties. Zonder zelf de rol van opleidingsinstituut op zich te willen nemen, is De Letselschade Raad wel met de instituten in gesprek over verbeteringen.

Kwaliteit betekent ook: de persoon van het slachtoffer centraal stellen, zei zij. ‘Er wordt veel gesproken over eigen regie en empowerment. Waar het om gaat is dat ieder mens zijn leven op zijn eigen manier wil leven. Belangrijk dus om niet paternalistisch te zijn, maar goed te luisteren naar wat mensen nodig hebben.’

Bij de derde pijler, transparante procedures, gaf Lauria een opsomming van de stand van zaken rond gedragscodes, handreikingen, richtlijnen en aanbevelingen. Herziening van de GOMA blijkt – mede dankzij de nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) – veel ingewikkelder dan het opstellen van de eerste versie. Lauria zei te verwachten dat de herziening eind 2018 gereed zal zijn.

Met betrekking tot een Handreiking Traumatisch Hersenletsel vertelde ze, dat dit soort letsel vaak onvoldoende wordt herkend. Correcte interventies blijven dan achterwege. Kern van de te ontwikkelen handreiking is daarom het formuleren van ‘rode vlaggen’: kenmerken die een signalerende functie voor dit soort letsel kunnen hebben.

De Richtlijn Rekenrente is in concept af en zal naar verwachting volgend jaar klaar zijn. De Richtlijn Huishoudelijke hulp wordt in 2018 geëvalueerd en De Letselschade Raad is bezig met een aanbeveling om te gaan werken met één medisch adviseur, in plaats van meerdere. Voor de langere termijn staat een herziening van de GBL (3.0) en een mogelijke gedragscode Behandeling Beroepsziektes op de agenda, zo besloot Lauria.

‘De Commissie Register Letselschade is onafhankelijk. En dat moet ook’

Mr. Diederik Wachter, raadsheer en voorzitter van de Commissie Register Letselschade. Drs. Victor Jammers, bestuurslid Slachtofferhulp Nederland en lid van de commissie. 

Als aanloop van zijn betoog bracht Diederik Wachter de voorgeschiedenis van het Register Letselschade in herinnering. Dat ontstond begin dit jaar door de fusie van de Registers GOMA en GBL met het Keurmerk Letselschade.

De Commissie kreeg de taak ervoor te zorgen dat voor alle ‘bloedgroepen’ reglementen op maat worden gemaakt. Voor belangenbehartigers betekent dit een update van de reeds  bestaande reglementen van het Keurmerk Letselschade. De concepten worden nu voorgelegd, vertelde Wachter. Voor andere bloedgroepen wordt aansluiting gezocht bij bestaande kwaliteits-, opleidings- en auditeisen. Door diverse omstandigheden bleek het opstellen van de nieuwe reglementen echter meer voeten in de aarde te hebben dan verwacht.

‘Toen ontstond in de branche opnieuw discussie over de wenselijkheid van de samenvoeging. Ik denk nog steeds dat die goed is’, aldus Wachter. Hij wees op het belang om samenhang te creëren tussen de verschillende reglementen en de mogelijkheid elkaar – al dan niet via de commissie – aan te spreken op het (niet) naleven daarvan.

“Er ontstonden ook misverstanden”, zei Wachter. Een daarvan ging over de (on)afhankelijkheid van de Commissie Register Letselschade. “De commissie is onafhankelijk en dat moet ook. Het bestuur van De Letselschade Raad of andere organisaties hebben geen zeggenschap over de inrichting van de reglementen, audits of self-assessments”, benadrukte hij.

Ander discussiepunt was de materiële normering. Wachter wilde nog maar eens benadrukken dat normeringsrichtlijnen niet bindend kunnen zijn bij de afwikkeling van een letselschade. ‘Je kunt ze alleen onder de aandacht brengen.’
Normen over bijvoorbeeld dossierbehandeling en responstijden moeten op elkaar worden afgestemd om de efficiëntie te bevorderen, in het belang van de benadeelde. Dat kan alleen door daarover binnen de commissie afspraken met elkaar te maken, zei Wachter.

Hij beschreef de rechtszaak van ‘het ontplofte theeglas’. Daarin had een advocaat een schadevergoeding van twee ton geëist voor een yogalerares. Die claimde na een ongeval met een gesprongen theeglas niet meer te kunnen werken als gevolg van stress. Er was echter geen rapport van een deskundige ingebracht waarin een causaal verband tussen het ongeval en de klachten was aangetoond. De voorzieningenrechter had de eis afgewezen en de advocaat in bedekte termen gekapitteld. Wachter: ‘Zou het niet de taak van de branche zijn om tegen zo’n advocaat te zeggen: u kunt beter geen letselschadezaken meer doen?’

“Het Register Letselschade moet dé vindplaats worden voor dienstverleners die gericht zijn op kwaliteit voor het slachtoffer”

Victor Jammers poneerde vervolgens twee stellingen over de toekomst. De eerste was dat het Register Letselschade dé vindplaats moet worden voor dienstverleners die gericht zijn op kwaliteit voor het slachtoffer. ‘Dat zijn de good guys, de mensen zoals u hier in de zaal.’

De tweede luidde, dat dit ook goed op het netvlies van (potentiële) slachtoffers moet komen. ‘Motivatie voor mij zijn de klachten over de bad guys, de kwalijke praktijken waarbij meer geld naar de belangenbehartiger gaat dan naar het slachtoffer zelf. Voor deze twee vraagstukken kan het register een goede rol spelen. We kunnen meer voor slachtoffers betekenen dan we nu doen’, aldus Jammers.

 

‘DLR is nog niet klaar, op naar de volgende twintig jaar’

Prof. mr. Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit.

Langs drie lijnen – schade, recht en afwikkeling – blikte Siewert Lindenbergh voor- en achteruit op de afgelopen twintig jaar. Op het gebied van schade signaleerde hij dat enkele markante stappen zijn gezet, zoals de erkenning van buitengerechtelijke kosten als schade, erkenning van ‘shockschade’ en de opkomst van zorgschade.

In de toekomst verwacht hij op dit terrein een toename van risico’s. Hij wees onder meer op het gestegen aantal verkeersongevallen (met 27 procent in de afgelopen vier jaar), een groeiend aantal verkeersslachtoffers door e-bikes en door het gebruik van de smartphone. Ook zaken als robotica en domotica en meer zzp’ers leiden tot meer risico’s. Hij bestempelde de buitengerechtelijke kosten als mogelijke splijtzwam en zei daarover: ‘De branche moet zich schamen: zoveel discussie over de eigen portemonnee.’

Op het gebied van het recht benoemde Lindenbergh een aantal uitspraken die maatgevend waren geweest, zoals het ‘smeerolie-arrest’, het Kooiker-arrest en ‘wrongful birth’ en ‘wrongful life’-arrest. Ook de invoering van de deelgeschillenregeling in 2010 was een belangrijke stap geweest.

Vooruitblikkend op deze lijn van het recht stipte Lindenbergh onder meer de vergoeding van affectieschade aan, een normering voor buitengerechtelijke kosten en een mogelijk first-partymodel voor beroepsziekten en verkeersschades.

Ook op het gebied van de schade-afwikkeling noemde Lindenbergh een aantal belangrijke ontwikkelingen, zoals de oprichting in 1989 van de Vereniging Letselschade Advocaten, van opleidingsinstituut Grotius in 1992, de publicatie van het rapport ‘Onderhandelen met het mes op tafel’, de opkomst van mediation, de oprichting van de Stichting Keurmerk Letselschade in 2007 en De Letselschade Raad in 2009, de totstandkoming van de GBL in 2006, de GOMA in 2010 en de Handreiking Zorgschade in 2017.

Vooruitblikkend op deze lijn sprak hij onder meer de verwachting uit dat schadeafwikkeling vaker periodiek zal plaatsvinden en dat mogelijk meer fraudeprocedures zullen worden aangespannen. Het zou ook goed zijn na te denken over letselschadeafwikkeling bij een mogelijke terroristische aanslag, suggereerde hij.

Al met al, zo concludeerde Lindenbergh: ‘De Letselschade Raad is nog niet klaar. Op naar de volgende twintig jaar!’

 

Parallelsessies

In de middag bezochten de deelnemers een van de drie parallelsessies. Daarnaast was er op het Letselschade Plein gelegenheid om te netwerken.

Onder leiding van mr. dr. Rianka Rijnhout, voorzitter van de Werkgroep Normering, en werkgroeplid Fred Zwarts, konden de deelnemers zelf ervaren hoe het is om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een richtlijn.

Ook legde Rijnhout uit hoe een normering tot stand komt. De werkmethodiek, bestaande uit tien stappen, begint met het verzoek om een normering en eindigt met het publiceren, monitoren en evalueren van een richtlijn. In de tussenliggende stappen wordt onder meer informatie verzameld, worden achterbannen geraadpleegd, concepten besproken in het Platformoverleg en wordt interne en externe feedback gevraagd. De deelnemers werd verzocht stap 2 uit te voeren: in een vooronderzoek moesten zij de vraag om normering ‘SMART’ maken.

 

In een andere parallelsessie besprak Victor Jammers met de deelnemers allerlei aspecten rond het Register Letselschade. Eén van de vragen die aan de orde kwam, ging over de rol van het register om mensen te helpen een bij hen passende belangenbehartiger te kiezen. De keuzemogelijkheid is nu beperkt tot postcode/woonplaats.

Zou het niet goed zijn als mensen kunnen zoeken naar een gekwalificeerde belangenbehartiger die bijvoorbeeld de Friese taal machtig is, vroeg een deelnemer?
Jammers vertelde dat uitbreiding van zoekmogelijkheden, bijvoorbeeld naar specialisaties, inderdaad al enige tijd op het verlanglijstje staat. Ook de suggestie van een deelnemer om een platform te creëren voor reviews van gebruikers/slachtoffers, wordt verkend, zei hij.

Eén van de DLR-activiteiten voor de langere termijn is het actualiseren van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL). Deelnemers aan De Letselschade Raadsdag werden vast uitgenodigd na te denken en suggesties te doen voor de 3.0-versie. Dat konden ze doen op Post-its, maar ook door hun inbreng te geven tijdens de parallelsessie onder leiding van trainer en coach Joost Vonk.