Waarom De Letselschade Raad?

Op 1 januari 2016 is de nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) in werking getreden. Achterliggende gedachte van deze wet is dat zorgverleners door middel van openheid over klachten en incidenten gezamenlijk de zorg kunnen verbeteren.

De Letselschade Raad heeft dit wetstraject op de voet gevolgd. Deze wet heeft immers ook gevolgen voor het terrein van letselschade. Zo bevat de wet onder meer een modernere klachtenregeling, met nadrukkelijk aandacht voor het onderling oplossen van de klacht door middel van een open gesprek, eventueel onder begeleiding van een klachtenfunctionaris. Wat gaat er achter een klacht of claim schuil? Vaak blijken er gedeelde belangen te spelen die met een gesprek weggenomen kunnen worden. Het streven is dan ook om onnodige juridisering te voorkomen.

In tweede instantie kunnen cliënten bij een onafhankelijke geschilleninstantie terecht die bindende uitspraken doet en schadevergoeding kan toekennen. De Letselschade Raad biedt hierin een kennisplatform voor alle betrokken partijen.

Korte omschrijving GOMA

Als handvat voor medici en andere zorgverleners is de gedragscode GOMA ontwikkeld: de Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid. Deze gedragscode bestaat uit aanbevelinen voor een zorgvuldige en correcte reactie op medische incidenten. Deel A gaat in op de gewenste reactie van de zorgverlener direct na constatering van een medisch incident. Deel B Betreft de adequate afwikkeling van verzoeken om schadevergoeding als gevolg van een medisch incident.

Herziening GOMA

Inmiddels wordt de GOMA geactualiseerd en herzien, mede met het oog op de Wkkgz. In het kader van deze herziening van de GOMA (GOMA 2.0) zijn meerdere expertmeetings gehouden. Wat opvalt is hoezeer de GOMA leeft binnen de zorgsector. Was de bestaande GOMA in eerste instantie vooral nog een product van en voor verzekeraars en advocaten, de GOMA 2.0 is veel breder ingezet. Naast de koepelorganisaties NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen) en NFU (Nederlandse Federatie van Universitair medische centra) zijn ook veel andere partijen uit de curatieve sector betrokken bij de herziening, net als de langdurige zorgsector. Daarmee wordt een nog bredere inbedding van de GOMA in de gehele zorgsector beoogd. Overigens blijkt steeds weer dat het gedachtegoed van de GOMA vaak al in allerlei instrumenten is geïmplementeerd: in de praktijk werkt men er vaak al mee. Dat ‘openheid’ nu op basis van de WKKGZ ook als wettelijke norm geldt, heeft een belangrijke symboolwerking. De nieuwe wet is daarmee een steun in de rug voor de GOMA én een belangrijke mijlpaal.