Schuldvraag bij ongeval

Meestal bepaalt de schuldvraag wie aansprakelijk is voor de letselschade na een ongeval.

Iemand is aansprakelijk als de letselschade het gevolg is van een fout van hem of haar. Iemand heeft bijvoorbeeld geen voorrang verleend of te hard gereden.

Het kan zijn dat iemand wel een fout maakt, maar dat de schade daaraan niet toe te rekenen valt. Stel dat u geen voorrang verleent aan iemand die zonder rijbewijs rijdt. De ander krijgt daarvoor een bekeuring, maar u bent aansprakelijk voor de schade. Dus twee vereisten: het verkeersgedrag was fout of gevaarlijk én de schade is daarvan het gevolg.

Eigen schuld

Uw eigen gedrag kan hebben bijgedragen aan het ongeval waardoor u letselschade opliep. Dan is er sprake van eigen schuld. U droeg bijvoorbeeld geen autogordel of bromfietshelm. Bij eigen schuld wordt de aansprakelijkheid voor de letselschade soms verdeeld over partijen.

Overmacht

Soms heeft niemand schuld. Bijvoorbeeld bij overmacht, zoals een onverwachte rukwind. Soms is de verkeersfout van de ander niet te bewijzen of heeft u als enige een fout gemaakt. In deze gevallen heeft u doorgaans geen recht op een schadevergoeding, tenzij een deel van de schade is gedekt onder een eigen verzekering.

Bewijzen

De feiten en omstandigheden van een ongeval zijn dus belangrijk, vooral het gedrag van alle betrokkenen. Doorslaggevend is of er bewijzen zijn voor het foutieve gedrag. De vergoeding van een schade ketst nogal eens af op bewijsproblemen. Beslissend zijn daarom vaak: een goed proces-verbaal, getuigenverklaringen en de zogenaamde stille getuigen, zoals remsporen.

Bescherming voetgangers en fietsers

Bij aanrijdingen tussen motorrijtuigen en voetgangers of fietsers ligt het vaak anders. Ongemotoriseerde weggebruikers hebben een speciale positie in het Nederlandse recht. Bij een aanrijding hebben ongemotoriseerde weggebruikers in alle gevallen recht op schadevergoeding. Ook wanneer zij zelf een verkeersovertreding hebben begaan.

De wettelijke bescherming van ongemotoriseerde weggebruikers houdt in:

  • Kinderen tot 14 jaar krijgen nagenoeg altijd hun volledige schade vergoed.
  • Ongemotoriseerde verkeersdeelnemers ouder dan 13 jaar krijgen in de meeste gevallen (behoudens overmacht of bewuste roekeloosheid)¬†minimaal 50% van hun schade vergoed. De overige 50% hangt af van de schuldvraag. Hierbij heeft de gemotoriseerde altijd de bewijslast.