Wie is aansprakelijk bij een verkeersongeval?

Als u door een ongeval letselschade oploopt, kunt u recht op vergoeding van uw schade hebben. Voorwaarde is dat een ander aansprakelijk is. Daarbij spelen de wettelijke bepalingen van het aansprakelijkheidsrecht een rol.

Op deze pagina worden allerlei verkeersongevallen behandeld. Onder aan het scherm vindt u meer informatie over aansprakelijkheid bij ongevallen.

 

 

Aanrijding met een motorrijtuig

Bestuurde de veroorzaker van het ongeval een motorrijtuig? Alle bestuurders van motorrijtuigen zijn wettelijk verplicht een WA-verzekering af te sluiten. Noteer altijd het kenteken van het voertuig. Aan de hand van het kenteken kunnen de verzekeringsgegevens van de bestuurder worden achterhaald. U neemt contact op met zijn of haar wettelijke aansprakelijkheidsverzekeraar. Voor de zekerheid kunt u ook de veroorzaker zelf aanschrijven.

Is de schade veroorzaakt door iemand die geen verzekering heeft afgesloten? Of weet u niet wie de schade heeft veroorzaakt? Dan kunt u een beroep doen op het Waarborgfonds Motorverkeer. U moet dan wel kunnen aantonen dat de schade inderdaad is veroorzaakt door een motorrijtuig.

Ongemotoriseerde weggebruikers

De veroorzaker van het ongeval kan een ongemotoriseerde weggebruiker zijn: een voetganger, fietser, skater of skateboarder. Eerst spreekt u de veroorzaker persoonlijk aan. Zorg dat u zijn of haar persoonsgegevens krijgt en de gegevens van eventuele getuigen. De meeste mensen hebben een particuliere aansprakelijkheidsverzekering (AVP). De veroorzaker moet deze inschakelen en de gegevens aan u of uw belangenbehartiger doorgeven.

Het is belangrijk dat u de naam en het adres van de verzekeraar van de veroorzaker krijgt. U kunt namelijk niet direct rechtstreeks contact opnemen met de verzekeraar. Eerst moet de veroorzaker de schade bij zijn of haar verzekeraar hebben gemeld. Pas als de schade onder de dekking van de polis blijkt te vallen, kunt u de AVP-verzekeraar benaderen.

Heeft iemand geen AVP-verzekering, dan moet u de schade met de veroorzaker zelf regelen.

Beschikt u niet over de gegevens van de veroorzaker van het ongeval, dan kunt u contact opnemen met de politie. Kan de politie u ook niet aan de benodigde gegevens helpen, dan wordt het onmogelijk om de schade te verhalen. U kunt geen beroep doen op het Waarborgfonds Motorverkeer als de veroorzaker niet gemotoriseerd was.

Motorrijtuig en ongemotoriseerde weggebruiker

Bij alle aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een ongemotoriseerde weggebruiker heeft de ongemotoriseerde een speciale positie in het Nederlandse recht.

Dit houdt in:

  • Kinderen tot 14 jaar krijgen nagenoeg altijd hun volledige schade vergoed.
  • Ongemotoriseerde verkeersdeelnemers ouder dan 13 jaar krijgen in de meeste gevallen (behoudens overmacht of bewuste roekeloosheid) ten minste 50% van hun schade vergoed. De overige 50% hangt af van de schuldvraag. Hierbij heeft de gemotoriseerde altijd de bewijslast.

Bestuurders van motorrijtuigen hebben vaak moeite met de bescherming van voetgangers en fietsers. Hun bonus-malus gaat omlaag, terwijl de schade aan hun motorrijtuig niet of maar voor de helft wordt vergoed.

Hierop zijn weer uitzonderingen. Bijvoorbeeld: een bromfietser wijkt uit voor een plotseling onvoorzichtig overstekend kind en belandt tegen een geparkeerde auto. Daardoor raakt hij gewond. In een dergelijk geval moet de aansprakelijkheidsverzekeraar van de ouders van het kind waarschijnlijk de schade vergoeden.

Defect aan de weg

Een ongeval kan veroorzaakt worden door een gebrek aan de weg. Denk aan een kuil in de weg of een obstakel op het fietspad. In sommige gevallen kan de wegbeheerder dan aansprakelijk worden gehouden. De wegbeheerder is de organisatie die verantwoordelijk is voor aanleg en onderhoud van de weg en de weguitrusting. Bij openbare wegen zijn dit het Rijk, de provincie, de gemeente of het Waterschap (of Hoogheemraadschap).

De wegbeheerder is aansprakelijk voor gebreken aan de weg die bij normaal weggedrag een gevaar en een risico opleveren voor weggebruikers. De wegbeheerder is niet aansprakelijk als het gebrek vlak vóór het ongeval onverwacht is ontstaan. De wegbeheerder is ook niet aansprakelijk voor ongevallen door losliggende tegels of uitstekende boomwortels, als het onderhoud volgens het beschikbare budget wordt gedaan.

De wegbeheerder kan aansprakelijkheid vermijden door tijdig en voldoende te waarschuwen voor het gevaar. Liggen er door wegwerkzaamheden losse steentjes en zand in de bocht? Dan volstaat een maximumsnelheidsbord niet en moet de wegbeheerder ook een waarschuwingsbord slipgevaar plaatsen.

Als u de wegbeheerder aansprakelijk stelt, moet u bewijzen dat er een gevaarlijk gebrek aan de weg was en dat u daardoor schade heeft geleden. De wegbeheerder zal tegenbewijs leveren. Hij zal bijvoorbeeld een van de onderstaande argumenten aandragen.

  • U bent onvoorzichtig geweest.
  • De wegbeheerder kon de schade niet voorkomen (vandalen hadden bijvoorbeeld net een bloembak over de weg gekanteld).
  • Hij pleegt voldoende onderhoud en beschikt niet over de middelen om nog meer te controleren en onderhoud te plegen.
  • Hij heeft voldoende gewaarschuwd heeft of andere maatregelen getroffen.

Ongeval met meerdere partijen

Na een ongeval met meerdere partijen is soms niet direct duidelijk wie aansprakelijk is. Soms zijn meerdere partijen aansprakelijk. Soms staat vast dat één partij in ieder geval geen schuld had. U staat bijvoorbeeld met uw auto voor het stoplicht. Op het kruispunt botsen twee auto’s op elkaar. Eén van de auto’s botst weer tegen u aan. U bent dan een ‘schuldloze derde’.

Nederlandse autoverzekeraars hebben afgesproken dat zij ‘schuldloze derden’ niet in de kou laten staan. De betrokken verzekeraars zoeken onderling uit wie voor welk deel schuldig is. U mag kiezen welke verzekeraar u aanschrijft en die regelt dan uw schade. Onderling verrekenen de verzekeraars uw schadevergoeding.

Inzittende raakt gewond

Een inzittende van een motorrijtuig heeft meestal geen schuld aan het ontstaan van de aanrijding. Wel kan het opgelopen letsel (deels) eigen schuld zijn. De inzittende droeg bijvoorbeeld geen autogordel of reed mee met een dronken chauffeur.

Bij ongevallen in Nederland worden inzittenden gezien als ‘schuldloze derde’. Dit geldt ook bij eenzijdige ongevallen. De inzittende kan voor de (letsel)schade de WA-verzekeraar van het motorrijtuig aanspreken waarin hij of zij zelf passagier was. Dat is ook mogelijk indien de bestuurder de levenspartner of een ander familielid is.